Boekbespreking door Gérard Hendriks

Loopbaanzelfsturing - Adriaan Hoogendijk

                           bezieling en vitaliteit

 

Adriaan Hoogendijk (1950) studeerde filosofie en menswetenschappen en werd eind jaren tachtig loopbaanadviseur. Hij is oprichter van Adviesbureau Hoogendijk, dat naast loopbaanadvisering, coaching en training, sinds 1994 ook een post hbo opleiding verzorgt tot loopbaan- en mobiliteitsadviseur. Adriaan Hoogendijk schreef eerder het boek ‘Filosofie voor managers’.

             

Voor wie?

   

Het boek is geschreven voor mensen die in hun loopbaan het heft in eigen hand willen nemen en houden.

                            

Samenvatting

     

Loopbaanzelfsturing begint met een foto van de teckel van de auteur. De hond kan niet anders dan ‘zichzelf zijn’: hij blaft als hij verlangt te blaffen. Mensen daarentegen willen dingen, maar doen ze niet altijd en ze doen dingen die ze niet willen. Vandaar dat veel mensen ondersteuning nodig hebben bij keuzes in werk en loopbaan, aldus Hoogendijk. De auteur wil een persoonlijke zoektocht faciliteren naar het meest vitaliserende loopbaanperspectief.  

        

Na de inleiding gaat Hoogendijk in op wat arbeid betekent in een postmoderne samenleving, waarin meer ruimte en vrijheid ontstaat voor het individu. Werken is en was veelal een kwestie van noodzaak en ‘brood op de plank’. De postmoderne mens daarentegen vat arbeid vooral op als zelfrealisatie en zelfontplooiing. Bovendien wordt in deze tijd steeds meer ondernemerschap (in de ruimste zin van het woord) gevraagd. Het tweede hoofdstuk gaat over bewustwording: maak de balans op van je leven en loopbaan tot nu toe. Hoogendijk beschrijft hierin de levensloop van mannen en vrouwen waarin de midlifefase als belangrijk kruispunt wordt gemarkeerd. Voor sommigen verloopt deze fase geruisloos, maar anderen ervaren een ware crisis, die ook kansen biedt.

             

Een aanzienlijk deel van het boek gaat over de elementenvierhoek: vuur, lucht, water en aarde als metafoor voor verschillende levens- en loopbaanaspecten. Na dit inzichtgevende model gaat Hoogendijk verder met zingeving in leven en werk en (gebrek aan) vitaliteit, waarna belemmeringen aan bod komen die een keuze voor zinvol en vitaliserend werk in de weg staan: angsten, schuldgevoelens, schaamte, verdriet, boosheid, trots, koppigheid en jaloezie. De auteur pleit voor het onderkennen en vooral uiten van deze gevoelens, zodat ruimte ontstaat voor het meest vitaliserende loopbaanperspectief (het laatste hoofdstuk). Het boek sluit af met een groot aantal vragen en opdrachten waarmee de lezer zelfstandig of met coaching door een loopbaanadviseur aan de slag kan.

Commentaar

Ik vind het een sympathiek boek. Hoogendijk maakt duidelijk dat je niet altijd een dure coach nodig hebt om van baan te veranderen. De vragen en opdrachten achterin het boek geven genoeg stof tot nadenken en zijn aanleiding om met naasten een goed gesprek te voeren. Toch is het boek meer dan een opsomming van checklisten en invuloefeningen. Het hoofdstuk over het vaak taaie onderwerp ‘arbeid in een postmoderne samenleving’ vind ik vlot en leesbaar geschreven. Het boek maakt ook inzichtelijk dat het in sommige situaties wél goed is een coach in de arm te nemen. Er kunnen veel belemmeringen zijn (vooral door angst ingegeven) om veranderingen in werk en leven in gang te zetten. Partner of vrienden zijn niet altijd de beste helpers.

De auteur benadrukt terecht dat (durven) kiezen voor ander werk of zelfstandig ondernemerschap niet alleen een kwestie is van het verstand, maar ook van het ‘hart’ en de wil. De auteur besteedt hierbij veel aandacht aan het verschil tussen mannen en vrouwen, zodat de herkenning bij de diverse lezers groot zal zijn. Ik voelde me zelfs enigszins betrapt toen ik op pagina 145 las: ‘Veel loopbaanzelfstuurders kiezen op hun vijfenveertigste voor het zelfstandig ondernemerschap.’ Ik ben het echter volstrekt oneens met de auteur wanneer hij vier mannenrollen beschrijft: de Slippendragers (staan altijd en eeuwig klaar voor hun partner), de Tortelaars (altijd samen tortelend met hun partner), de Homofoben (mannen die bang zijn voor iedere emotionaliteit in de vriendschap met een andere man) en de Almachtigen (hebben niemand nodig en laten zich niets zeggen). Dan botst voor mij de zwart-witte karikatuur met de veelkleurige werkelijkheid. Bovendien is Hoogendijk van mening dat mannen een enorme inhaalslag moeten maken op vrouwen. De generalisatie gaat me hier tegenstaan. Een loopbaanadviseur zal dit wel een typische opmerking vinden van een Almachtig man.

Tijdens het lezen word ik af en toe iebel van het taalgebruik: er zijn woorden die goed scoren bij scrabble, zoals ‘loopbaanzelfsturingscirkel’ en ‘premidlifefase’. Ook  krijg ik jeuk van ‘luchtzoekers, zichtbaar worden in jouw specifieke ongebruikelijkheid en jezelf opvatten als een wandelende overvloed’. Maar dit staat een mooie ‘zeven’ niet in de weg.

Rating:

ISBN 90-254-1079-0, 2000, aantal pag.: 207, prijs: € 22,50